Blog

Trek niet aan de halmen

Trek niet aan de halmen

Maudy_160726_002Opeens ontspint zich weer de discussie over hoger en lager opgeleid zijn.
Interviews van vorig jaar worden weer aangehaald en ook duikt er ineens weer iets op wat lijkt op het “trek toch vooral niet aan de halmen” wat in de jaren ’90 van de vorige eeuw veel reactie op riep. Positief overigens.

Er is al heel lang een groot tekort aan vakmensen. Vooral technische vakmensen en mensen in de zorg hebben we een groot tekort aan.
En daarvan geeft men de schuld aan het feit dat men blijkbaar zo hoog mogelijk opgeleid moet zijn om mee te kunnen in de maatschappij en dat vooral dat heel erg gestimuleerd wordt. Door ouders, scholen en werkgevers.
Maar laten we eerlijk zijn. Het schreeuwend te kort aan technisch personeel komt door de bezuinigingen in de sector ten tijde van de economische recessie.
En het nog harder schreeuwend tekort aan zorg personeel komt door bezuinigingen en de intrede van de WMO in 2015.

Ergens in de discussie wordt ook de term “Hoofdonderwijs” genoemd. Blijkbaar wordt hier de tegenhanger van praktijkdonderwijs bedoeld? Als ik google naar hoofdonderwijs krijg ik alleen een groot aantal vacatures van organisaties die een Hoofd Onderwijs zoeken, maar geen verklaring van de term in ieder geval.
Als ik de discussie probeer te volgen wordt het me allemaal een beetje te oppervlakkig en te warrig.

Er worden 3 verschillende dingen door elkaar gegooid.
1. Het trek toch vooral niet aan de halmen effect, waarbij in het kort bedoeld wordt; volg maar ga niet
aan het kind lopen trekken omdat het beter moet gaan presteren.
2. Het tekort aan technisch/praktisch personeel.
3. Het oordeel over hoger- of lager opgeleid.
Soms is het gewoon fijn als mensen zich houden bij een onderwerp waar ze verstand van hebben, denk ik dan wel eens.En tegelijkertijd levert het mij weer een leuk onderwerp op om over te schrijven.

Er is onderwijs. Voor kinderen, jongeren en volwassenen.
Dat onderwijs is opgesplitst in 2 hoofdgroepen; praktisch en theoretisch.
Beide groepen kennen 3 niveau’s; laag midden en hoog.
Welke van de 2 hoofdgroepen onderwijs je gaat volgen, praktisch of theoretisch heeft te maken met je persoonlijkheid. En het niveau waarop je onderwijs volgt heeft te maken met wat je kan en wil.
Hoe er met jou als leerling wordt omgegaan wordt in belangrijke mate bepaald door de visie op onderwijs die de school in het pedagogisch plan uitlegt. Daar kan je dus voor kiezen. Spreekt dat je niet aan dan ga je naar een andere school.

Als volwassene heb je uiteraard meer ervaring dan wanneer je net van school komt en dat betekent dat het niveau waarop je functioneert gaat veranderen. Zo zie je dat mensen die ooit een lbo hebben genoten, opklimmen naar een mbo en soms zelfs een hbo niveau. Persoonlijk vind ik dat alleen maar geweldig. Mensen die blijven ontwikkelen. Als je al op een hbo of wetenschappelijk niveau van school af komt, is het lastig om nog door te blijven ontwikkelen, denk ik dan.

Het praktisch/technisch onderwijs heeft vaak de negatieve lading een lbo te zijn. En dat is lastig dat oordeel.
Waarom dat oordeel er al sinds mensenheugenis is? Geen idee.
Mensen die een praktische leerweg volgen zijn niet dommer dan mensen die een theoretisch leerweg volgen.
Het grote verschil tussen mensen die een praktische leerweg volgen en mensen die een theoretische leerweg volgen zit hem in de manier van leren. Leer je liever theoretisch of leer je liever praktisch. Simpeler kan ik het niet maken.
Het tekort aan praktisch personeel heeft daar wel voor een deel mee te maken. Als je in een beroep zit met grote risico’s, waarin je veel en ver moet reizen, en lang van huis bent dan zul je dat probleem minder ervaren maar in alle andere praktische beroepen geldt dat het veel te laag betaald is. In ieder geval te laag om een gezin op te onderhouden. En daar zit dan meteen ook de angel waarom mensen niet meer dat soort beroepen willen uitvoeren en gaan doorleren als het enigszins kan.

Voor mij blijft het belangrijkste dat iedereen de gelegenheid krijgt om te leren en dat doet op een manier die het beste je past. Dan haal je alles uit jezelf zonder dat het een probleem wordt. Want tenslotte, als leren en werken makkelijk gaat wordt alles wat je doet ineens veel leuker.

Wat doet U

Wat doet U

MGF2139Leerstrategie
Vaak krijg ik de vraag wat ik nou precies doe. En dat is lastig uit te leggen terwijl het om iets gaat waar we iedere dag mee bezig zijn. Het gaat over de manier waarop wij informatie verwerken. En dat is leerstrategie. Dat doen we niet alleen op school, ook in ons werk en zelfs in onze vrije tijd als we sporten, tv kijken, gamen, op social media actief zijn, uitgaan en met vrienden zijn of gewoon met onze partner of gezin.

Doelen
Volwassenen gaan beter presteren in hun werk en behalen sneller hun doelen.
Leerstrategie is de manier waarop wij als mensen informatie verwerken. En iedereen heeft daar eigen voorkeuren in. Die voorkeuren hebben te maken met de talenten die we hebben op gebied van informatie verwerken. Doen we dat het liefste door tekstverwerken? Of door te luisteren naar een spreker? Zijn plaatjes en grafieken belangrijk of juist liever niet? Samen met anderen of liever juist alleen? En zelfs onze behoefte aan beweging en structuur hebben invloed op het gemak en de efficiency waarmee wij informatie verwerken.

Cijfers
Jongeren halen betere cijfers op school en vaak verbetert ook hun gedrag.
Vaak zijn mensen zich niet bewust van hun eigen voorkeur en op het moment dat die voorkeur duidelijk wordt gaat er ineens een wereld voor ze open.Volwassenen gaan beter presteren in hun werk en behalen makkelijker en sneller hun doelen en dus ook de organisatiedoelen.Jongeren halen betere cijfers op school en vaak verbetert ook hun gedrag in de klas en thuis.

Onderzoek
Ik onderzoek wat de leerstrategie van iemand is.
Dat onderzoek zelf duurt niet zo lang, dat is maar 10 minuten. Daarna geven de uitkomsten al meteen aan welke voorkeuren iemand heeft. En daar ga ik dan verder mee aan de slag in de vorm van uitleg, adviezen en tips. De ene keer is dat voldoende en kan iemand er verder zelf mee door, de andere keer volgt er een veranderingsproces en dat begeleid ik dan totdat mijn hulp niet meer nodig is. Zowel het onderzoek als de begeleiding kan persoonlijk of via de mail en skype.

Ik zie mensen opbloeien
Wat mij motiveert is dat ik mensen zie opbloeien. De werksfeer verbetert, de sfeer in de klas verbetert en uiteindelijk daardoor ook de sfeer thuis en in de sociale omgeving. Mensen komen gewoon lekkerder in hun vel te zitten als leren en werken makkelijker gaat.

Doeners, planten en luisterslim

Doeners, planten en luisterslim

_MGF2101
Voorafgaand aan de coaching krijg ik maar al te vaak de reactie “o, maar ik weet wel hoe ik leer” en dan wordt één van de leerstijlen van Kolb genoemd of één van de teamrollen van Belbin.
Natuurlijk gaan die ook over een stijl die bij je past. Maar zij zeggen niks over de manier waarop je het makkelijkste informatie verwerkt.

Als je kijkt naar de leerstijlen van Kolb dan kunnen zij allemaal dezelfde talenten hebben die uit het Mils onderzoek naar voren komen. Het zou kunnen dat de Doeners en Beslissers een iets hogere bewegingsbehoefte hebben en dat Denkers en Beschouwers een iets lagere structuurbehoefte hebben, maar dat zijn aannames. Of men liever tekst verwerkt, naar een spreker luistert, of beeldmateriaal ondersteunend is, of dat samen doen de voorkeur heeft moet voor alle Doeners, Denkers, Beschouwer en Beslissers apart onderzocht worden. En hetzelfde geldt voor alle 9 teamrollen van Belbin.

Voor mij geldt het volgende;
Volgens de leerstijlen van Kolb
ben ik een doener. Ik leer al doende.
Concrete ervaring is voor mij belangrijk, abstracte processen zijn moeilijker.
Ik kan het wel maar het kost mij meer energie dan gewoon gaan doen en ervaren.

Volgens de teamrollen van Belbin
ben ik een Brononderzoeker;
maak makkelijk contacten, onderhoud contacten, ben snel enthousiast,
ruimdenkend en altijd op zoek naar nieuwe ideeën of oplossingen.

Uit het Mils onderzoek blijkt
dat ik het snelste informatie opneem door te luisteren naar een spreker.
En als er dan ook nog ruimte is om in gesprek te gaan over de inhoud dan
blijft de informatie nog beter plakken. Lezen vind ik lastiger,
dan verlies ik snel mijn aandacht en beeldmateriaal voegt voor mij niks toe.
Ik maak namelijk zelf de beelden in mijn hoofd en dan kan ik het onthouden.
Als beeldmateriaal wordt aangereikt dan is dat storend voor mij.
Ik heb een gemiddelde structuurbehoefte (kijk naar wat de Doener zegt over abstracte processen),
en ik kan prima stilzitten als ik ondertussen mag bewegen (zie Brononderzoeker).
Mijn voorkeur methode voor het verwerken van informatie is dus luisteren en erover
van gedachte wisselen met anderen (auditief en interpersoonlijk).

Het Mils onderzoek gaat uit van 3 theorieën;

De heuristische vuistregels van Robert Sternberg;
Dat is een heel interessante theorie die zegt dat er een verband is
tussen zoeken en vinden. Iemand die het makkelijkste informatie
verwerkt door tekst te lezen zal eerder in een encyclopedie gaan
kijken dan iemand die de voorkeur geeft aan beeldmateriaal.
Iemand die de voorkeur geeft aan beeldmateriaal gaat op Internet kijken,
volgt tutorials etc.

Samenwerken van beide hersenhelften door Roger Sperry;
Analytici maken meer gebruik van de linker hersenhelft waar al het
logisch mathematische gebeurd en creatievelingen maken meer gebruik
van de rechter hersenhelft waar alles zit wat te maken heeft met
ruimtelijkheid, muziek, bewegen etc.

En dan de belangrijkste, de Meervoudige Intelligentie theorie van Howard Gardner;
Je kunt op verschillende manieren ergens goed in zijn (ergens intelligent in zijn).
De meervoudig intelligentie leerstrategie gaat uit van verschillende
intelligentiegebieden waarbinnen verschillende talenten voorkomen.
Het Mils onderzoek bekijkt er 6.
• Tekst Verwerken (verbaal linguïstisch)
• Interpersoonlijk (samen doen)
• Structuur behoefte (logisch mathematisch)
• Visueel (plaatjes als ondersteuning)
• Auditief (Muzikaal ritmisch)
• Beweging (lichamelijk kinestetisch)

Daarmee onderscheidt het onderzoek wat ik aanbied zich van andere onderzoeken.
Het gaat namelijk uit van wat er in ons brein gebeurd op het moment dat er
informatie wordt aangereikt en maakt daarbij gebruik van meerdere technieken
en informatiebronnen.
Daardoor kan er vanuit het onderzoek ook worden aangetoond of iemand graag
klassikaal leert of liever individueel. Dat zou kunnen betekenen dat iemand
beter kan kiezen voor een opleiding op een school in een klas met andere
studenten of dat er beter gekozen kan worden voor een thuis studie of online studie.

Dus ken je jouw leerstijl (Kolb) én weet je welke teamrol je bent (Belbin) en wil je ook nog weten hoe jij het makkelijkste informatie verwerkt? Dan kan ik zeker iets voor je betekenen.

Brein is gein.

Brein is gein.

Maudy_160726_002

Wat zou het toch heerlijk zijn als we eens wat vaker luisteren naar ons brein.

Ooit werd ik getriggerd door een opmerking van een manager die mij vertelde dat het onderzoek wat ik doe naar de leerstrategie van mensen, een zogenaamd Soft Skill is.
Natuurlijk had deze man gelijk. Leerstrategie is een soft skill. En je krijgt er geen certificaat voor. Al is het wel belangrijk daarbij te vermelden dat het de belangrijkste skill is die de mens heeft.
Leerstrategie is namelijk niks anders dan de manier waarop je informatie verwerkt. En daar zijn we met zijn allen de hele dag druk mee. Want ook als je tv kijkt, een boek leest of een gesprek voert verwerk je informatie.
En ons brein verteld op welke manier wij dat het liefste doen.

Het interessante daarbij is dat ieder mens dat op zijn eigen manier doet.
Of liever gezegd, jouw brein bepaalt wat voor jou de beste manier is om informatie te verwerken.
En dan is het natuurlijk het makkelijkste als jij zelf ook weet op welke manier jouw brein dan graag die informatie aangereikt wil krijgen.
Om daarachter te komen maak ik gebruik van het MILS onderzoek, wat staat voor Meervoudige Intelligentie Leerstrategie.
De uitkomsten van dat onderzoek geven dus aan wat voor jouw brein dan de beste methode is om informatie op te nemen en als je die dan toepast dan merk je dat je ineens een stuk prettiger, makkelijker, overzichtelijker en efficiënter wordt. En bovendien ook nog eens betere resultaten behaald. En uiteindelijk wordt iedereen daar blij van.

Dat onderzoek is opgebouwd uit verschillende theorieën.
En het mooie daarvan is dat het allemaal zo herkenbaar is. Vaak als ik zo’n onderzoek heb afgenomen, komt de reactie “Ja, ja….. ja, zo voelt het goed”
Het leuke is dat het brein dus aangeeft wat het wil.
Zo zal iemand die makkelijk tekst verwerkt eerder naar een boek of tijdschrift pakken om informatie op te zoeken over een bepaald onderwerp. Terwijl iemand die visueel is ingesteld zal gaan zoeken op het internet, via Google of Wikipedia, of een documentaire kijkt.
Wat hierbij duidelijk wordt is dat het brein lezen van een beeldscherm ervaart als plaatjes kijken. En dat is dan weer belangrijk om te weten in onze paperless maatschappij waarbij veel informatie wordt overgebracht via de digitale weg. Als je toevallig een tekstverwerker bent dan heb je dus echt een probleem want dan staart dat beeldscherm je aan en zeggen de woorden je niet zoveel. Veel medewerkers moeten hun mails 5 of 6 keer lezen om goed te begrijpen wat er staat en dat dan ook nog te kunnen onthouden. Kan je je voorstellen hoeveel kostbare tijd daarmee verloren gaat?

Maar ook de bewegingsbehoefte speelt een belangrijke rol in het leven van ons brein.
Sommige mensen kunnen gewoon niet zo lang stil zitten. Dan komen er allerlei signalen naar het brein dat er bewogen moet worden en waar het één zit kan het ander niet zitten en dus wordt er dan geen informatie meer opgenomen. Ga maar bij jezelf na. Je zit voor je computer en leest je mail. Je moet ontzettend nodig plassen maar je hebt de mail nog niet helemaal gelezen en dat wil je per sé eerst doen. Dus je wiebelt op je stoel heen en weer en op het nippertje lees je de laatste regel en je spurt naar de wc……… net op tijd!
Wedden dat je als je terug komt de hele mail weer opnieuw moet lezen omdat je de helft vergeten bent van wat er stond? Het lichaam geeft signalen af en die hebben in ons brein nou eenmaal voorrang op informatie van buitenaf. Negeren kan, voor een tijdje maar dan moet je toch echt toegeven aan je lichaam. En als je dan daarna weer alles opnieuw moet lezen, kost dat weer een hoop extra tijd.
Wat ook best vervelend is is dat de mensen die niet zo lang stil kunnen zitten, wat vaker van hun plek af lopen. En die krijgen dan al gauw het stempel dat ze niet hard genoeg werken, vaak staan te kletsen bij het koffie apparaat of altijd van hun plek af zijn. En dat is best jammer want daardoor ontstaat best een nare sfeer terwijl iemand er niets aan kan doen. En met wat simpele oplossingen kan je deze mensen laten bewegen terwijl ze toch aan het werk blijven.

En dan is nog belangrijk dat het brein ook voorkeur heeft voor hoe de informatie opgebouwd moet zijn.
Gestructureerd of niet gestructureerd. De één wil graag de puzzelstukjes één voor één aangereikt krijgen om ze meteen op de juiste plaats te leggen. De ander bekijkt de deksel en ziet wat het moet worden en gooit dan de hele bups aan stukjes op een berg en begint. Als je die de stukjes één voor één aangeeft, blijft hij ermee in zijn handen zitten en komt de puzzel nooit af omdat hij domweg niet weet wat hij er mee moet. Terwijl degene naast hem tegen de berg aankijkt en niet weet waar te beginnen.

Dus wat wil ons brein nou zelf het liefste? Wil het lezen of luisteren of plaatjes kijken? In stapjes of juist niet? En wat als we niet langer kunnen stil zitten?
SSSStttttt……….. het brein verteld het ons zelf!

Skills ……… soft skills

Skills ……… soft skills

Maudy_160726_002Laatst nam ik een onderzoek af bij een nog redelijk jonge manager. Dat onderzoek dient om erachter te komen wat voor hem de beste methode is om informatie te verwerken. Met zijn directeur ben ik overeengekomen dat alle medewerkers van dit bedrijf dat onderzoek gaan doen, te beginnen met de managers, en zo was hij dus nu aan de beurt.
Aan het einde van het onderzoek vroeg ik hem hoe hij het vond om dit te doen.
Hij vond het leuk, informatief en vermeldde er meteen bij dat het voornamelijk ging over soft skills, terwijl de meeste mensen die iets willen leren toch wel heel erg zijn ingesteld op hard skills. Certificaten halen, kennis verwerven, scoren en beter zijn. Daar gaat het om tegenwoordig.
En natuurlijk heeft hij gelijk!
Wat veel mensen echter niet beseffen is dat die hard skills slechts de buitenkant zijn van dat wat een mens van nature in zich heeft, zijn talenten.
En als je er de talenten niet voor hebt, kan je het ook niet leren.

Talenten zijn skills die je al bezit op het moment dat je wordt geboren. Je hebt ze en je kan daar weinig meer aan veranderen, daarom worden het ook je soft skills genoemd. Ze horen bij je karakter, je persoonlijkheid.
En wat helaas maar weinig mensen weten is dat juist deze soft skills een keiharde voorwaarde zijn voor het ontwikkelen van de o zo begeerde hard skills.
Een paar voorbeelden:
Iemand die hoog scoort in het gebied van het verbaal linguïstische, zal een goede schrijver of taalkundige zijn. Maar maak hem geen boekhouder want hij bakt er niks van.
Zodra je aan het verbaal linguïstische nog een dosis visueel toevoegt is een ware schrijver of film maker geboren. Echter zal deze persoon doodongelukkig worden in een beroep als bankdirecteur of IT er.
Maar ook het omgekeerde is waar. Iemand die het logisch mathematische als talent heeft, met daarbij een vleugje visueel, zal een waanzinnig goede rekenkundige, natuurkundige, of bioloog zijn met ook nog het vermogen zijn schema’ s en grafieken leuk en boeiend te presenteren. Professor Erik Scherder is daar een goed voorbeeld van.
En dan een laatste voorbeeld:
Laat iemand die niet auditief is ingesteld en ook niet interpersoonlijk alsjeblieft geen leidinggevende worden van een dynamische afdeling, of misschien wel helemaal niet, ongeacht de afdeling. Dat wordt een drama.
De enige goede leidinggevende heeft van alles een gemiddelde, met een beetje meer interpersoonlijk en kan dan ook met iedere soort medewerker overweg. Of het nu een verbaal linguistische is of een logisch mathematische.

In de management wereld zijn we nog niet zo gewend aan het gemak van de leerstrategie. We kennen de team rollen van Belbin, maar ja te veel van 1 soort medewerker in het team kunnen we wel in kaart brengen, het maakt alleen dan nog niet dat je een evenwichtig opgebouwd team hebt van doeners, denkers, voelers en willers.
Als je weet wat medewerkers hun leerstrategie is, kan je als manager snel het team zo laten functioneren dat het én efficiënt én flexibel én constant is.

Maar wat dit ook aangeeft is dat soft skills dus een voorwaarde zijn voor het verwerven van hard skills, want laten we eerlijk zijn, een verbaal linguïst zal nooit een echte boekhouder worden. Als hij de materie op zijn eigen welbespraakte wijze met behulp van een paar plaatjes aan de man kan brengen, maakt hij nog een goede kans, dat wel.
Nee even serieus, het kan maar men moet dat niet willen.
Ik ben een voorstander van de stijl van Steve Jobs. Zet een ieder in naar de talenten die hij heeft en laat hem van daaruit verder groeien. Pas dan krijg je een gezonde organisatie waarin de hard skills vanzelf wel komen. Dat is slechts een kwestie van vraag en aanbod en daarin kunnen we van alles creëren. Wat belangrijk is, is de juiste persoon op de juiste plek en dan specialiseren, certificaten halen, scoren, doelen bereiken.

De talenten die je hebt kan je gebruiken om kennis te verwerven en vaardigheden aan te leren. Maar kent iedereen zijn talenten op gebied van leren? Nee dus, vaak niet. En daarom lopen zoveel mensen vast in hun werk of opleiding. Wat vind je leuk is ook niet voldoende, hoewel dat wel dichterbij een talent komt dan wat moet je weten. Daarom is het goed die talenten te onderzoeken voordat je aan wat voor opleiding of cursus gaat beginnen. Voordat je een beroep kiest, onderzoek eerst waar je talenten liggen en ga daarmee verder.

Dát is leerstrategie!

Tangle’s en doodling

Tangle’s en doodling

Maudy_160726_002Bij het analyseren van een leerstrategie hoort natuurlijk ook een verslag. Daarin staan de scores en de uitleg en een aantal praktische tips.
Zelf vind ik het belangrijk om dat verslag dan nog even mondeling door te nemen en dat geeft mij dan weer gelegenheid om wat passende gadgets mee te geven. Dan wordt het allemaal leuker en spreekt het nog meer aan.
Gadgets zijn bijvoorbeeld kleuren pennen, markers, een notitieboekje, fluistertelefoon etc.

Vanmiddag gaf ik iemand een tangle, om mee te “spelen” tijdens bijvoorbeeld een langdurig overleg. Zijn auditieve score was zeer laag en dat betekend dat gesproken informatie niet of nauwelijks binnenkomt. Voor hem zou ook doedelen (tekeningetjes maken zonder daarbij na te denken) een optie zijn.
Toen ik hem dat uitlegde zei hij “ja, maar mensen vinden het storend als je dat doet”. En terwijl ik daarop reageerde begon hij meteen de tangle uit elkaar te draaien en weer in elkaar te draaien én hij reageerde meteen veel meer inhoudelijk op mijn verhaal dan dat hij deed voor ik hem de tangle gaf.
En daarmee had de tangle zijn nut bewezen.

Zijn opmerking zette mij aan het denken. Waarom vinden we dat iemand alleen maar luistert als hij stil zit en ons aankijkt?
Misschien kan de uitleg over het nut van een tangle of doedelen daar een antwoord op geven?

Tangle
Bezig zijn met een Tangle is niet alleen leuk en ontspannend, maar heeft ook veel andere positieve eigenschappen; het versterkt de visuele- en gevoelszintuigen; helpt de aandacht af te leiden van andere prikkels; het verbetert het concentratievermogen; goed voor de ontwikkeling van de fijne motoriek en coördinatie; maakt stramme handen los en versterkt de handspieren; ook zeer geschikt als therapie voor een muisarm. Tangelen met twee handen activeert beide hersenhelften.
Bovendien is het een goed leerhulpmiddel bij ADHD en autisme.

Doedelen (of droedelen)
Doodling om de aandacht er bij te houden
Het droedelen voorkomt dat mensen met hun gedachten afdwalen en gaan dagdromen en dat hiermee een groot deel van wat er om hen heen gezegd en gedaan wordt aan hen voorbijgaat. Geconcludeerd werd dat zij die een beetje gaan tekenen, tekeningetjes die niet veel van het brein vergen, ergens mee bezig zijn en daardoor minder snel in gedachten afdwalen en hierdoor meer opnemen van wat er gezegd wordt. Doodling voorkomt dagdromen. Dagdromen is vraagt een intensieve hersenactiviteit en daardoor vergeet je wat er om je heen gezegd wordt, terwijl doodling een minder intensieve hersenactiviteit is en je je kunt herinneren wat er om je heen gebeurde. Droedelen is daarmee dus eigenlijk juist goed voor de concentratie.

Dus als we zeggen “hee joh stop daar eens mee kijk me aan en ga naar me luisteren” zeggen we eigenlijk …… “stop met luisteren” en daarmee dus ook met leren en informatie opnemen.

Is dat nou niet dom?

Strategisch leren

Strategisch leren

Maudy_160726_002Met een pedagogische achtergrond heeft het onderwerp “leren” altijd mijn interesse gehad. Niet alleen het wat te leren maar vooral ook het hoe te leren heb ik altijd een bijzonder boeiend onderwerp gevonden.
Eerlijkheid gebied me te vertellen dat didactiek/methodiek nooit mijn sterkste vak was tijdens mijn opleiding maar nu ik me meer aan het verdiepen ben in de strategie van het leren begrijp ik waarom dat toen zo leek en eigenlijk helemaal niet zo was.

Ons onderwijssysteem is een beetje te massaal, te eenheidsworst, te lesstof gericht om het maar eens hardop uit te spreken. En vooral de laatste jaren waarin scholen steeds groter worden en veranderen in onderwijsinstituten, klassen steeds groter worden en groepen steeds groter worden. Steeds meer wordt dezelfde lesstof, op dezelfde manier, op hetzelfde moment en door dezelfde leerkracht aangeboden aan een steeds groter wordende groep individuen. En dat past niet. Zelfs in het bijzonder onderwijs (montessori, jenaplan, vrije school etc.) is dit gaande.

Zoals ik in een eerder blog al zei, ieder kind komt ter wereld met een pakket aan talenten. Die zijn er gewoon, hoef je niks aan toe te voegen. En dat die talenten per kind, per mens, verschillen weten we ook allemaal wel. Maar wat veel mensen niet weten is dat die talenten ook heel bepalend zijn voor de manier waarop we leren. Of anders gezegd, voor de manier waarop we informatie opnemen, verwerken, opslaan in ons geheugen zodat we het later kunnen reproduceren.

Weer een stukje theorie:
Een leerstrategie is de manier waarop een leerling het leren aanpakt. Daarbij horen de stappen die hij zet om het leerdoel te bereiken, zoals het onderscheiden van hoofd- en bijzaken, verbanden leggen tussen bestaande en nieuwe kennis en het gebruiken van voorbeelden om dingen te onthouden. Leerstrategieën zijn een onderdeel van de cognitieve strategieën. Dat zijn de manieren waarop de leerling informatie verwerkt, zoals het oplossen van problemen en het focussen van de aandacht.
Je leerstrategie ontwikkel je op basis van je talenten en blijft ook je hele leven hetzelfde.
En wat is dan didactiek?
Didactiek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met de vraag hoe kennis, vaardigheden en leerhoudingen of attitudes door een leerkracht kunnen worden onderwezen aan leerlingen/studenten. Dit vak komt in elke lerarenopleiding voor, van bachelor in het basisonderwijs tot een masteropleiding aan een universiteit.
Met andere woorden de leerstrategie en didactiek gaan eigenlijk over hetzelfde, namelijk hoe leert de mens.

Mensen hebben van nature de gewoonte om informatie op te nemen volgens de route die voor hun het makkelijkste is. Dat kost het minste energie. En daar precies gaat ons onderwijssysteem vaak de mist in. Het is voornamelijk gebaseerd op luisteren, lezen en rekenen en daar zijn lang niet alle mensen even goed in. Dat is niet hun talent.
Aan mij hadden onderwijzers altijd een makkie. Als ik in de klas oplette op wat er verteld werd, en ik las de stof thuis in het boek nog een keer door, dan was dat voldoende. Als er dan ook nog plaatjes bij waren én ik kon met anderen van gedachte wisselen over de lesstof dan ging het helemaal als een speer met dat leren van mij. En de leerkrachten hoefden niets meer te doen dan alleen maar lesstof aanbieden op de manier zoals dat altijd ging. Er bij komt ook nog dat ik weinig bewegingsbehoefte heb waarmee ik bedoel dat ik makkelijk anderhalf uur kan stilzitten en luisteren. Rekenen was een stuk minder maar werd kennelijk voldoende gecompenseerd om over te gaan.
Mijn talenten zitten in het verbale, het auditieve en het interpersoonlijke, daarom is dat ook mijn leerstrategie. Luisteren, lezen, samen doen.
Ik heb absoluut geen talent voor mathematiek. Wel voor logica. Daarom kan ik slecht rekenen. Maar met een beetje logisch denken kom je een heel eind in de wiskunde en het rekenen.
Het feit dat ik best sportief en beweeglijk ben heeft te maken met het auditieve (muziek en ritmiek). Daarom stilzitten als het moet en bewegen als het kan.
Maar niet iedereen is zo makkelijk en dan ontstaan de problemen.

Waarom haalde ik nu voor didactiek altijd maar een mager zesje tijdens de opleiding? Omdat ik toen al zag dat de methode waarop je de lesstof aanbied aan een kind, moet passen bij het kind zelf. Mensen met talent voor het interpersoonlijke kunnen zich zonder moeite verplaatsen in de ander en hebben een goed ontwikkeld voorstellingsvermogen.
Methodes liggen vast en daar zat mijn weerstand. En dat heeft dan weer te maken met structuurbehoefte, wat weer niet een talent van mij is. Stapsgewijs van A naar B is niet mijn ding. Weten waar we heen gaan en onderweg ontdekken hoe we er komen wel.

Nu is het natuurlijk niet zo makkelijk om het hele onderwijssysteem aan te passen aan de talenten van iedereen die onderwijs krijgt. Kleinere klassen en groepen heeft natuurlijk altijd de voorkeur en geeft meer ruimte om op een andere manier les te geven maar veel verder zal het niet kunnen gaan.
Wat wel helpt is ieder kind laten ontdekken wat zijn leerstrategie is, dan weet het kind zelf wat het nodig heeft om op een makkelijke en effectieve manier te leren. De leerstrategie vaststellen kan al vanaf 9 jaar. Ik ben er voorstander van om in ieder geval voor de middelbare school van ieder kind de leerstrategie vastgesteld te hebben, dat zou een heleboel verdriet en frustratie kunnen schelen.

Want het is nou eenmaal zo dat als je makkelijk leert, je hogere cijfers haalt, je minder tijd aan je studie hoeft te besteden en je meer tijd over houd voor jezelf en de dingen die je echt leuk vind. Je talenten.

Wanorde in je hoofd

Wanorde in je hoofd

Maudy_160726_002De laatste jaren wordt er veel onderzocht en gepubliceerd over AD(H)D, vaak in één keer genoemd omdat ze dicht bij elkaar liggen, zowel in kenmerken als in de hersenen. Ja, ook mensen met ADD diagnose, kunnen heel druk en luidruchtig zijn.
In mijn privé en werk heb ik er al vaak mee te maken gehad.

AD(H)D valt onder de groep “Mental Disorders” (MD), wat letterlijk vertaald een “mentale wanorde” betekend. Daarvan zijn 3 typen, met ieder hun eigen kenmerken:

1. ADD, het type met alleen concentratieproblemen
snel afgeleid zijn door irrelevante dingen en geluiden;
moeite hebben met plannen en organiseren;
problemen hebben met taken afmaken en deadlines halen;
falen in het concentreren op details en hierdoor slordige fouten maken;
zelden instructies nauwkeurig en compleet opvolgen;
vergeten van afspraken, verplichtingen, sleutels, portemonnee, reisdocumenten en spullen die nodig zijn om een taak uit te voeren;
denken iets gedaan of gezegd te hebben, terwijl dat alleen in gedachten was.

Ongeveer 40 procent van alle mensen met een MD hebben dit type. Vaak wordt ADD als diagnose gemist of laat herkend omdat de symptomen vaak niet goed zichtbaar zijn. Volwassenen met ADD hebben het vaak niet makkelijk gehad en een leven vol met problemen achter zich. Ondanks de wilskracht, motivatie en mentaliteit lukt het iemand met ADD nauwelijks om aan de verwachtingen van anderen te kunnen voldoen. Men wordt dan al heel snel als dom, lui en ongeïnteresseerd bestempeld terwijl het tegendeel waar is.

2. HD, het type met alleen hyperactiviteit en impulsiviteit
rusteloosheid, constant bewegen met handen of voeten, steeds verzitten;
moeite hebben met wachten;
zaken niet kunnen uitstellen, maar van alles tegelijk ondernemen;
hard rijden, gehaast zijn, niet kunnen blijven zitten in situaties waarin zitten of rustig gedrag verwacht wordt;
tijdens een gesprek anderen steeds onderbreken;
oncontroleerbare woede-, angst- of huiluitbarstingen.

3. ADHD, het gecombineerde type

Dit is de meest voorkomende. De moeite om de aandacht en concentratie vast te kunnen houden in combinatie met hun onrustig gedrag levert veel frustraties op. Ook de omgeving ziet deze mensen eerder als een sociaal probleem en geven vaak hun blijk van ergernissen.
Ongeveer 70 procent van deze groep zal ook op volwassen leeftijd deze symptomen blijven houden. Men heeft op oudere leeftijd steeds beter geleerd de onrust te kunnen beteugelen en zich te kunnen aanpassen aan de eisen die de omgeving stelt. Door steeds de lat hoog te moeten leggen worden vaak depressies en burn-out als klachten genoemd voordat iemand bij een hulpverlener terechtkomt.

Omdat bijna iedereen wel momenten heeft dat hij of zij kenmerken van een MD vertoont, zijn er een aantal specifieke richtlijnen waarmee een MD kan worden opgespoord. Iemand met een MD zal de onderstaande vragen allemaal met “ja” moeten beantwoorden.
Zijn de gedragingen buitensporig?
Was het afwijkend gedrag al aanwezig in de kindertijd?
Komen de gedragingen bij de persoon meer voor dan bij andere mensen van dezelfde leeftijd?
Veroorzaakte het gedrag een serieuze handicap in ten minste twee levensfasen?
Vormen de gedragingen een continu probleem, en zijn ze niet te wijten aan een tijdelijke situatie?
Komen de gedragingen in meerdere situaties voor of enkel op een aantal specifieke plaatsen (zoals op het werk)?
Komt op alle vragen een ja als antwoord, dan is verder onderzoek aan te raden.

Een stukje theorie.
Onze hersencellen geven signalen door en ordenen die voor ons (informatie verwerken). Dat gebeurd via elektrische schokken die van de ene cel naar de andere worden doorgegeven (neurotransmitters). Om dat goed te kunnen moeten in de hersenen chemische stoffen aangemaakt worden (dopamine en adrenaline) en precies dat is bij mensen met een MD verstoord.
Adrenaline (vecht of vlucht stofje) is nodig om alert te blijven, als onze hersenen dat niet voldoende aanmaken blijven we dus niet alert. Het probleem met een MD is dan ook niet dat men zich niet kan concentreren, men kan de concentratie niet inzetten op momenten dat het nodig is.
Tekort aan dopamine (gelukstofje) maakt ook dat we belangrijke informatie niet kunnen onderscheiden in de stroom die onze hersenen binnenkomt. Bovendien maakt het dat we ons ongelukkig en soms zelfs depressief voelen.
Bij mensen met een MD wordt de informatie wel opgenomen maar duurt het verwerken en beoordelen van de informatie langer. Vaak moet bij de beoordeling van informatie de referentiekaders worden aangesproken (er moet een vakje voor zijn). Daardoor lukt het ook niet altijd om snel en passend te reageren in situaties waarin dit wel gewenst zou zijn. Hierdoor is men ook niet altijd goed in staat om te kunnen relativeren. Men blijft dan te lang in een emotionele beoordeling hangen. Doordat de emotie die men voelt niet op tijd wordt gecorrigeerd of gecompenseerd door rationele gedachten lijkt het gevoel meer open te staan. Dit is ook één van de redenen waarom er bij ADD ook vaak sprake is van hoog-gevoeligheid. Dit kan in sommige gevallen voordelen hebben maar verklaart ook vaak de “lange tenen” van iemand.

Vooral over de medicatie die wordt gegeven aan met name kinderen met een MD is veel te doen de laatste tijd. Ritalin heeft nare bijwerkingen en medicatie lost uiteindelijk het probleem niet op.
Hier een klein lijstje van voeding waar belangrijke stoffen in verwerkt zitten. Stoffen die je lichaam nodig heeft voor de aanmaak van dopamine:
Amandelen bevatten heel veel goede voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen en antioxidanten. Niet alleen goed voor de aanmaak van dopamine, maar goed voor je hele lijf.
Pure chocolade. Kies wel de variant waar minimaal 70% pure chocolade in verwerkt is. Natuurlijk zonder toegevoegde suikers. Dit geeft je natuurlijk geen vrijbrief om direct die hele reep maar op te eten, hoe verleidelijk dit ook mag zijn. Voor de productie van dopamine, en andere positieve effecten op je lichaam, is een stukje van 20 gram per dag voldoende.
Eiwitten zijn heel erg belangrijk voor je lichaam, en speciaal voor de aanmaak van dopamine. Veel eiwitrijk voedsel eten dus.
Ook omega-3 speelt hier een rol in. Regelmatig, minimaal 1 x per week, vette vis op het menu zetten is hier voor dé oplossing. Vis is namelijk een hele rijke bron van omega-3 vetzuren.
Van de afdeling fruit, bevatten bananen, appels en aardbeien de belangrijkste stoffen voor de productie van dopamine.

Ook het luisteren naar zogenaamde Binaural Beats is een effectief middel. Dit zijn audiotonen (ook wel witte ruis genoemd) die de hersengolven stimuleren. Je kunt ze tijdens het leren, werken, ontspannen en zelfs in de auto luisteren. Het luisteren naar audiotonen verhogen niet je concentratie, het voorkomt dat je wordt afgeleid.

En veel meer moeten oplossingen gezocht worden in de begeleiding/coaching.
De belangrijkste stap aan het begin van de begeleiding is weer opbouwen van zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Mensen met een MD kunnen zijn vergeten wat hun goed kanten zijn. Ze kunnen, ergens in het verleden, ieder vertrouwen hebben verloren in de mogelijkheid dat er eens iets wél goed zal uitpakken. De meeste mensen die ontdekken dat ze een MD hebben, of het nu kinderen zijn of volwassenen, hebben het niet makkelijk gehad. De emotionele beleving van een MD wordt overspoeld met schaamte, vernedering en zelf-kritiek.
Mensen met een MD hebben een fantastisch voorstellingsvermogen. Ze denken in het groot en ze dromen grote dromen. Ze kunnen de kleinste mogelijkheid aangrijpen en zich voorstellen hoe ze dit kunnen veranderen in een belangrijke doorbraak. Ze kunnen een toevallige ontmoeting kunnen doen uitlopen op een geweldige avond uit.
Maar zoals met de meeste dromers, gaat het mis als de droom uit elkaar spat. En dat gebeurd zo vaak dat ze in een spiraal van negativiteit terecht komen en zich in zichzelf terugtrekken . Het kleine kind trekt liever geen aandacht, dan weer gepest te worden. De volwassene trekt liever geen aandacht, dan weer te falen.

Er zijn uiteraard allerlei tips die voor mensen met een MD heel handig zijn, zoals structuur, ritme, duidelijkheid e.d. Zelf ben ik meer van de niet zo conventionele aanpak. Begeleid mensen in het accepteren van hun wanorde en begeleid ze in het zelf een weg vinden naar de oplossing. Organiseer je leven zó, dat de wanorde erbij kan horen. En daarbij is acceptatie dan wel het belangrijkste.

Meer nog dan voor de persoon zelf, is het voor de omgeving belangrijk te begrijpen wat het hebben van een MD betekend. Partners, ouders, vrienden, collega’s krijgen heel veel voor hun kiezen en dat wordt wel eens vergeten. Hoe ga je om met een MD partner, kind, vriend of collega? In ieder geval met humor, dat is duidelijk. Maar wat veel mensen vergeten is dat veel relaties (in welke vorm dan ook) stuk lopen op het hebben van een MD.
Partners en ouders stappen vaak in de valkuil van over structurering en worden moedeloos van het vaak moeten “boeman spelen” omdat er weer iets niet gedaan is, omdat er weer iets niet af is, omdat het weer te laat is.
Vrienden haken vaak na een tijdje af, omdat het altijd van één kant lijkt te komen. En niet zelden worden mensen met een MD ontslagen omdat hun werk niet of niet op tijd af is.
Hoe vaak wordt een kind met AD(H)D de klas uit gestuurd of zelfs van school gestuurd omdat het te druk is?

Op Youtube vond ik een film, die geeft een aardig beeld.

ADD

ADD

Maudy_160726_002De laatste jaren wordt er veel onderzocht en gepubliceerd over AD(H)D, vaak in één keer genoemd omdat ze dicht bij elkaar liggen, zowel in kenmerken als in de hersenen. Ja, ook mensen met ADD diagnose, kunnen heel druk en luidruchtig zijn.
In mijn werk heb ik er al vaak mee te maken gehad en in de toekomst zal ik er nog meer mee te maken krijgen.

AD(H)D valt onder de groep “Mental Disorders” (MD), wat letterlijk vertaald een “mentale wanorde” betekend. Daarvan zijn 3 typen, met ieder hun eigen kenmerken:

1. ADD, het type met alleen concentratieproblemen
– snel afgeleid zijn door irrelevante dingen en geluiden;
– moeite hebben met plannen en organiseren;
– problemen hebben met taken afmaken en deadlines halen;
– falen in het concentreren op details en hierdoor slordige fouten maken;
– zelden instructies nauwkeurig en compleet opvolgen;
– vergeten van afspraken, verplichtingen, sleutels, portemonnee, reisdocumenten en spullen die nodig zijn om een taak uit te voeren;
– denken iets gedaan of gezegd te hebben, terwijl dat alleen in gedachten was.

Ongeveer 40 procent van alle mensen met MD hebben dit type. Vaak wordt ADD als diagnose gemist of laat herkend omdat de symptomen vaak niet goed zichtbaar zijn. Volwassenen met ADD hebben het vaak niet makkelijk gehad en een leven vol met problemen achter zich. Ondanks de wilskracht, motivatie en mentaliteit lukt het iemand met ADD nauwelijks om aan de verwachtingen van anderen te kunnen voldoen. Men wordt dan al heel snel als dom, lui en ongeïnteresseerd bestempeld terwijl het tegendeel waar is.

2. HD, het type met alleen hyperactiviteit en impulsiviteit
– rusteloosheid, constant bewegen met handen of voeten, steeds verzitten;
– moeite hebben met wachten;
– zaken niet kunnen uitstellen, maar van alles tegelijk ondernemen;
– hard rijden, gehaast zijn, niet kunnen blijven zitten in situaties waarin zitten of rustig gedrag verwacht wordt;
– tijdens een gesprek anderen steeds onderbreken;
– oncontroleerbare woede-, angst- of huiluitbarstingen.

3. ADHD, het gecombineerde type

Dit is de meest voorkomende. De moeite om de aandacht en concentratie vast te kunnen houden in combinatie met hun onrustig gedrag levert veel frustraties op. Ook de omgeving ziet deze mensen eerder als een sociaal probleem en geven vaak hun blijk van ergernissen.
Ongeveer 70 procent van deze groep zal ook op volwassen leeftijd deze symptomen blijven houden. Men heeft op oudere leeftijd steeds beter geleerd de onrust te kunnen beteugelen en zich te kunnen aanpassen aan de eisen die de omgeving stelt. Door steeds de lat hoog te moeten leggen worden vaak depressies en burn-out als klachten genoemd voordat iemand bij een hulpverlener terechtkomt.

Omdat bijna iedereen wel momenten heeft dat hij of zij kenmerken van MD vertoont, zijn er een aantal specifieke richtlijnen waarmee MD kan worden opgespoord. Iemand met MD zal de onderstaande vragen allemaal met “ja” moeten beantwoorden.
– Zijn de gedragingen buitensporig?
– Was het afwijkend gedrag al aanwezig in de kindertijd?
– Komen de gedragingen bij de persoon meer voor dan bij andere mensen van dezelfde leeftijd?
– Veroorzaakte het gedrag een serieuze handicap in ten minste twee levensfasen?
– Vormen de gedragingen een continu probleem, en zijn ze niet te wijten aan een tijdelijke situatie?
– Komen de gedragingen in meerdere situaties voor of enkel op een aantal specifieke plaatsen (zoals op het werk)?
Komt op alle vragen een ja als antwoord, dan is verder onderzoek aan te raden.

Een stukje theorie.
Onze hersencellen geven signalen door (informatie verwerken). Dat gebeurd via elektrische schokken die van de ene cel naar de andere worden doorgegeven (neurotransmitters). Om dat goed te kunnen moeten in de hersenen chemische stoffen aangemaakt worden (dopamine en adrenaline) en precies dat is bij mensen met MD verstoord.
Adrenaline (vecht of vlucht stofje) is nodig om alert te blijven, als onze hersenen dat niet voldoende aanmaken blijven we dus niet alert. Het probleem met MD is dan ook niet dat men zich niet kan concentreren, men kan de concentratie niet inzetten op momenten dat het nodig is.
Tekort aan dopamine (gelukstofje) maakt ook dat we belangrijke informatie niet kunnen onderscheiden in de stroom die onze hersenen binnenkomt. Bovendien maakt het dat we ons ongelukkig en zelfs depressief voelen.
Bij MD wordt de informatie wel opgenomen maar duurt het verwerken en beoordelen van de informatie langer. Vaak moet bij de beoordeling van informatie de referentiekaders worden aangesproken (er moet een vakje voor zijn). Daardoor lukt het ook niet altijd om snel en passend te reageren in situaties waarin dit wel gewenst zou zijn. Hierdoor is men ook niet altijd goed in staat om te kunnen relativeren. Men blijft dan te lang in een emotionele beoordeling hangen. Doordat de emotie die men voelt niet op tijd wordt gecorrigeerd of gecompenseerd door rationele gedachten lijkt het gevoel meer open te staan. Dit is ook één van de redenen waarom er bij ADD ook vaak sprake is van hoog-gevoeligheid. Dit kan in sommige gevallen voordelen hebben maar verklaart ook vaak de “lange tenen” van iemand.

Vooral over de medicatie die wordt gegeven aan met name kinderen met MD is veel te doen de laatste tijd. Ritalin heeft nare bijwerkingen en medicatie lost uiteindelijk het probleem niet op.
Hier een klein lijstje van voeding waar belangrijke stoffen in verwerkt zitten. Stoffen die je lichaam nodig heeft voor de aanmaak van dopamine:

– Amandelen bevatten heel veel goede voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen en antioxidanten. Niet alleen goed voor de aanmaak van dopamine, maar goed voor je hele lijf.
– Pure chocolade. Kies wel de variant waar minimaal 70% pure chocolade in verwerkt is. Natuurlijk zonder toegevoegde suikers. Dit geeft je natuurlijk geen vrijbrief om direct die hele reep maar op te eten, hoe verleidelijk dit ook mag zijn. Voor de productie van dopamine, en andere positieve effecten op je lichaam, is een stukje van 20 gram per dag voldoende.
– Eiwitten zijn heel erg belangrijk voor je lichaam, en speciaal voor de aanmaak van dopamine. Veel eiwitrijk voedsel eten dus.
– Ook omega-3 speelt hier een rol in. Regelmatig, minimaal 1 x per week, vette vis op het menu zetten is hier voor dé oplossing. Vis is namelijk een hele rijke bron van omega-3 vetzuren.
– Van de afdeling fruit, bevatten bananen, appels en aardbeien de belangrijkste stoffen voor de productie van dopamine.

Ook het luisteren naar zogenaamde Binaural Beats is een effectief middel. Dit zijn audiotonen (ook wel witte ruis genoemd) die de hersengolven stimuleren. Je kunt ze tijdens het leren, werken, ontspannen en zelfs in de auto luisteren. Het luisteren naar audiotonen verhogen niet je concentratie, het voorkomt dat je wordt afgeleid.

En veel meer moeten oplossingen gezocht worden in de begeleiding/coaching.
De belangrijkste stap aan het begin van de begeleiding is weer opbouwen van zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Mensen met MD kunnen zijn vergeten wat hun goed kanten zijn. Ze kunnen, ergens in het verleden, ieder vertrouwen hebben verloren in de mogelijkheid dat er eens iets wél goed zal uitpakken. De meeste mensen die ontdekken dat ze MD hebben, of het nu kinderen zijn of volwassenen, hebben het niet makkelijk gehad. De emotionele beleving van MD wordt overspoeld met schaamte, vernedering en zelf-kritiek.
Mensen met MD hebben een fantastisch voorstellingsvermogen. Ze denken in het groot en ze dromen grote dromen. Ze kunnen de kleinste mogelijkheid aangrijpen en zich voorstellen hoe ze dit kunnen veranderen in een belangrijke doorbraak. Ze kunnen een toevallige ontmoeting kunnen doen uitlopen op een geweldige avond uit.
Maar zoals met de meeste dromers, gaat het mis als de droom uit elkaar spat. En dat gebeurd zo vaak dat ze in een spiraal van negativiteit terecht komen en zich in zichzelf terugtrekken . Het kleine kind trekt liever geen aandacht, dan weer gepest te worden. De volwassene trekt liever geen aandacht, dan weer te falen.

Er zijn uiteraard allerlei tips die voor mensen met MD heel handig zijn, zoals structuur, ritme, duidelijkheid e.d. Maar zelf ben ik meer van de niet zo conventionele aanpak. Begeleid mensen in het accepteren van hun wanorde en laat ze zelf een weg vinden naar de oplossing. Organiseer je leven zó, dat de wanorde erbij kan horen. En daarbij is acceptatie dan wel het belangrijkste.

Meer nog dan voor de persoon zelf, is het voor de omgeving belangrijk te begrijpen wat MD betekend. Partners, ouders, vrienden, collega’s krijgen vaak net heel veel voor hun kiezen en dat wordt wel eens vergeten. Hoe ga je om met een MD partner, kind, vriend of collega? In ieder geval met humor, dat is duidelijk. Maar wat veel mensen vergeten is dat veel relaties stuk lopen op het hebben van MD.
Partners en ouders stappen vaak in de valkuil van over structurering en worden moedeloos van het vaak moeten “boeman spelen” omdat er weer iets niet gedaan is, omdat er weer iets niet af is, omdat het weer te laat is.
Vrienden haken vaak na een tijdje af, omdat het altijd van één kant lijkt te komen. En niet zelden worden mensen met MD ontslagen omdat hun werk niet of niet op tijd af is.

MD is geen ziekte, er is ook geen medicijn voor. Maar het is er, dat is duidelijk.